Effect op vet‑ en calciumopname, stoelgang en gastro-intestinaal comfort

Palmitinezuur is een verzadigd vetzuur dat van nature aanwezig is in moedermelk en ongeveer 20- 25% van de totale vetzuursamenstelling vertegenwoordigt. Bovendien is de positionering van dit vetzuur essentieel: ongeveer 60 tot 75% van het palmitinezuur in moedermelk bevindt zich op de β-positie (sn-2) van triglyceriden.1,2

Niet alleen de hoeveelheid, maar ook vooral de positionering van palmitinezuur op het glycerolmolecuul is dus van essentieel belang voor de fysiologische effecten bij zuigelingen.2 Deze structuur speelt een sleutelrol in de vetvertering en draagt bij aan een optimale opname van vetten en mineralen. Naast de gunstige effecten op vet‑ en calciumabsorptie suggereren studies dat β‑palmitaat in de eerste levensjaren mogelijk bredere voordelen biedt. Een efficiëntere vetzuuropname ondersteunt de energie-inname en het vetzuurmetabolisme, terwijl de verbeterde calciumbeschikbaarheid relevant is voor de vorming van de botmatrix. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een positief effect op de intestinale microbiota, met mogelijke immunomodulerende en milde antiinflammatoire effecten, wat kan bijdragen aan meer gastro-intestinaal comfort, minder huilen en een betere slaapduur.2

Waarom β‑palmitaat beter wordt benut dan α-palmitaat

Tijdens de vetvertering hydrolyseert pancreatische lipase voornamelijk de vetzuren op de sn1 en sn3positie (αposities). Wanneer palmitinezuur zich op deze α‑posities bevindt, komt vrij palmitinezuur beschikbaar in het darmlumen. Dit vrije palmitinezuur bindt gemakkelijk aan calcium, wat leidt tot de vorming van onoplosbare calciumpalmitinezepen. Deze zepen worden niet geabsorbeerd en resulteren in een verminderde opname van calcium en vetten, evenals in hardere ontlasting.2

Palmitinezuur op de sn-1- en sn-3-positie kan calciumzepen vormen, wat leidt tot hardere ontlasting en een verminderde calciumopname.

Wanneer palmitinezuur daarentegen op de β‑positie (sn‑2) is gebonden, blijft het onder invloed van lipase verbonden aan de glycerolruggengraat in de vorm van een 2‑monoglyceride. Hierdoor ontstaat geen zeepvorming met calcium, blijft calcium beter beschikbaar voor absorptie en wordt palmitinezuur efficiënter opgenomen. Dit mechanisme resulteert klinisch in zachtere ontlasting en een betere minerale benutting.2

β-palmitaat op de sn-2-positie ondersteunt de calciumopname en zorgt voor zachtere ontlasting door minder vorming van calciumzepen.

Klinische effecten van β‑palmitaat

Studies tonen aan dat suppletie van βpalmitaat in zuigelingenvoeding de vet en calciumopname significant verbetert en de consistentie van de stoelgang positief beïnvloedt. Zuigelingen die voeding ontvangen met een hoger aandeel β‑palmitaat vertonen een stoelgang die meer overeenkomt met die van borstgevoede zuigelingen. De aangeleverde illustratie ondersteunt dit mechanisme duidelijk: bij β‑palmitaat treedt geen calciumzeepvorming op, terwijl bij α‑palmitaat onoplosbare complexen ontstaan die de absorptie beperken.2

Samenstelling van Nutrilon® Omneo

In Nutrilon® Omneo vertegenwoordigt palmitinezuur 17% van de totale vetzuren, een waarde die nauw aansluit bij humane melk.1,2 Van dit palmitinezuur is 41% aanwezig als βpalmitaat, wat een hoge concentratie is binnen zuigelingenvoeding.* Hoewel dit hoge gehalte aan β‑palmitaat een belangrijke rol speelt in het ondersteunen van een zachtere stoelgang en een betere vet- en calciumabsorptie2, ligt de kracht van Nutrilon® Omneo vooral in de combinatie van ingrediënten. De formule combineert β‑palmitaat met een verlaagd lactosegehalte, gedeeltelijk gehydrolyseerd eiwit en de prebiotische vezelmix scGOS:lcFOS, die elk op hun eigen manier bijdragen aan de darmcomfort en spijsvertering.5-11Deze synergistische samenstelling maakt Nutrilon® Omneo tot een effectieve dieetvoeding, specifiek ontwikkeld om zuigelingen met krampjes en/of moeizame ontlasting optimaal te ondersteunen.5-11

41% β-palmitaat in zuigelingenvoeding ondersteunt zachtere ontlasting en opname van voedingsstoffen.

Zetmeel in Nutrilon® Omneo

Nutrilon® Omneo bevat een zorgvuldig samengestelde combinatie van aardappelzetmeel en maiszetmeel. Deze combinatie is gekozen om de structuur en functionaliteit van de voeding optimaal te ondersteunen. Per 100 ml bereide voeding bevat Nutrilon® Omneo 1,4 gram zetmeel.

Technologische rol van zetmeel

Zetmeel heeft in Nutrilon® Omneo vooral een indikkende functie. Door de voeding iets dikker te maken in de fles, kan het lucht happen verminderen, wat bijdraagt aan het comfort van de voeding.1 Daarnaast kan deze verdikking een positief effect hebben bij milde regurgitatie.2

Ingedikte zuigelingenvoeding met aardappel- en maïszetmeel voor minder lucht happen en ondersteuning bij milde regurgitatie.

Waarom een combinatie van aardappel- en maiszetmeel?

Aardappel- en maiszetmeel hebben verschillende fysisch-chemische eigenschappen:

  • Aardappelzetmeel bestaat uit grote granules die veel water kunnen binden. Dit zorgt voor een hoge viscositeit, maar de structuur is minder stabiel bij beweging.3
  • Maiszetmeel bestaat uit kleinere, compactere granules die zorgen voor een meer stabiele en uniforme verdikking.4,5

Door beide zetmelen te combineren, kan de viscositeit van het eindproduct beter worden beheerst: voldoende verdikking, met behoud van stabiliteit tijdens drinken.3-5

Structuur en functie in het lichaam

Zetmeel wordt opgebouwd uit glucosepolymeren: amylose (lineair) en amylopectine (vertakt). Het is meestal afkomstig uit aardappel, mais of tapioca. In het lichaam wordt zetmeel afgebroken door speeksel- en pancreasamylase tot glucose, waardoor het ook een functionele rol als energiebron heeft. De activiteit van speekselamylase is bij de geboorte nog laag, maar neemt in de tijd toe.6

Conclusie

De combinatie van aardappel- en maiszetmeel in Nutrilon® Omneo biedt een uitgebalanceerde oplossing voor zowel technologische voordelen (betere verdikking en consistentie) als functioneel comfort tijdens het voeden.

*binnen de comfort dieetvoeding in België, 2026

Belangrijk: Borstvoeding is de beste voeding voor zuigelingen en een gezonde, gevarieerde voeding van de moeder is belangrijk bij het geven van borstvoeding. Een beslissing om minder of geen borstvoeding te geven kan moeilijk terug te draaien zijn. Het wordt aanbevolen om zuigelingenvoeding te gebruiken op advies van een gezondheidsprofessional, waarbij de sociale en financiële aspecten meegenomen moeten worden. De gebruiksaanwijzing zoals aangegeven op de verpakking moet zorgvuldig worden gevolgd, een onjuiste bereiding kan tot gezondheidsrisico’s leiden. Nutrilon Omneo is een voeding voor medisch gebruik. Dieetvoeding bij krampjes en/ of moeizame ontlasting. Uitsluitend te gebruiken onder medisch toezicht, na alle voedingsopties te hebben overwogen, met inbegrip van borstvoeding. Informatie uitsluitend bedoeld voor (para)medici.

Gerelateerde artikelen

ESPGHAN erkend logo.

ESPGHAN erkent het belang van prebiotische scGOS:lcFOS (9:1) vezels

Positieve ervaringen met zuigelingenvoeding gerapporteerd door ouders en zorgprofessionals.

Nutrilon® Omneo bewezen effectief bij krampjes en moeizame ontlasting

Grafiek die laat zien dat Nutrilon Omneo geassocieerd wordt met zachtere ontlasting dan standaard zuigelingenvoeding.

Klinische studies naar de werkzaamheid van Nutrilon® Omneo op stoelgang bij zuigelingen

Wilt u meer informatie of advies? 

Neem contact op met Nutricia Care Team.

Effect op vet‑ en calciumopname, stoelgang en gastro-intestinaal comfort

1. Straarup EM, et al. The stereospecific triacylglycerol structures and fatty acid profiles of human milk and infant formulas. Journal of pediatric gastroenterology and nutrition, 2006. 42(3): p. 293-299.
2
. Havlicekova Z, et al. Beta-palmitate - a natural component of human milk in supplemental milk formulas. Nutr J. 2016;15:28.
3. Carnielli VP, et al. Intestinal absorption of long-chain polyunsaturated fatty acids in preterm infants fed breast milk or formula. Am J Clin Nutr. 1998;67(1):97-103.
4. Kennedy K, et al. Double-blind, randomized trial of a synthetic triacylglycerol in formula-fed term infants: effects on stool biochemistry, stool characteristics, and bone mineralization. Am J Clin Nutr. 1999;70(5):920–927.
5. Veitl V, et al. Acceptance, Tolerance and efficacy of new formula in infants with minor nutritional and digestive problems. Ernährungsmed. 2000; 2(4): 14–20.
6.
Schmelzle H, et al. Randomized double-blind study of the nutritional efficacy and bifidogenicity of a new infant formula containing partially hydrolyzed protein, a high beta-palmitic acid level, and nondigestible oligosaccharides. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2003;36(3):343-51.
7.
Savino F, et al. “Minor” feeding problems during the first months of life: effect of a partially hydrolysed milk formula containing fructo- and galacto-oligosaccharides. Acta Paediatr Suppl. 2003;91(441):86-90.
8.  Carosella MV, et al. Poster presented at the 57th annual meeting of the ESPGHAN. 2025; Helsinki, Finland.
9.
Savino F, et al. Advances in the management of digestive problems during the first months of life. Acta Paediatr Suppl. 2005;94(449):120-4.
10
. Savino F, et al. Reduction of crying episodes owing to infantile colic: A randomized controlled study on the efficacy of a new infant formula. Eur J Clin Nutr. 2006;60(11):1304-10.
11. Bongers ME, et al. The clinical effect of a new infant formula in term infants with constipation: a double-blind, randomized cross-over trial. Nutr J. 2007;6:8.
 

Ingedikt met aardappel en maiszetmeel

1.  Horvath A, et al. The effect of thickened-feed interventions on gastroesophageal reflux in infants: systematic review and meta-analysis of randomized, controlled trials. Pediatrics. 2008;122(6):e1268-77.
2. Savino F, et al. “Minor” feeding problems during the first months of life: effect of a partially hydrolysed milk formula containing fructo- and galacto-oligosaccharides. Acta Paediatr Suppl. 2003;91(441):86-90.
3. Dhital S, et al. Physicochemical and structural properties of maize and potato starches as a function of granule size. J Agric Food Chem. 2011;59(18):10151-61.
4.  Kumar R, et al. Exploring effect of uniform dry ball-milling duration on pasting and rheological properties of pink potato and maize starch mixtures. Int J Biol Macromol. 2024 Jul;273(Pt 1):132900.
5. Dereuder A. Texturants: caractéristiques des sources d’amidons. Process Alimentaire. 2015.
6. Rodríguez M, et al. Starch Digestion in Infants: An Update of Available In Vitro Methods. Plant Foods Hum Nutr. 2022;77:345‑352.